Paganini Plus is de opvolger van de CD Paganini Caprices for Saxophone (2006). Deze nieuwe collectie, die ik in de afgelopen jaren heb verzameld en bewerkt om in concert te spelen met Hans Eijsackers, bestaat uit stukken waarin componisten of arrangeurs aan de haal zijn gegaan met Paganini: Paganini plus iemand anders. Talloze bewerkingen en parafrases zijn er in de afgelopen twee eeuwen van diens werk verschenen. Romantici als Chopin, Liszt en Rachmaninov maar ook 20e-eeuwers als Lutosławski, Dallapiccola en Milhaud vlijden zich wellustig tegen Paganini’s frêle gestalte.
Nicolò Paganini, La Campanella. Dit huzarenstukje voor de viool vormt het slotdeel van het 2evioolconcert. Mijn bewerking voor saxofoon van het hele concert ging in première tijdens een tournee met het Noord Nederlands Orkest in 2002. Daarna heb ik La Campanella talrijke malen gespeeld in een verkorte versie, zowel met orkest als in de versie voor saxofoon en piano.
Nicolò Paganini, Sonate. Dit stuk bewijst dat Paganini naast selfmade virtuoos ook een echte componist was. Het is in zijn oorspronkelijke vorm een kwartet voor altviool solo met begeleiding van viool, cello en gitaar (Quartetto XV). Daar Paganini de viool, altviool en gitaar alle uitmuntend bespelen kon, is niet duidelijk welke partij voor hem zelf bestemd was. Het lijkt alsof de luwte van de kamermuziek, zonder de prestatiedruk die voor Paganini als virtuoos gold, van invloed is geweest op de diepgang van de compositie. Deze versie is een kleine terts hoger gezet en omgedoopt tot sonate.
Grigory Kalinkovitsh, Concert-capriccio after Paganini. Als er één Paganini-thema is dat tot de verbeelding heeft gesproken, dan is het wel dat van de 24e Caprice. Rachmaninov baseerde zijn Paganini-variaties voor piano en orkest op dit thema. De parafrase die Grigory Kalinkovitsh schreef voor saxofoon en orkest is duidelijk geïnspireerd door dit stuk. De versie voor saxofoon en piano is van de componist zelf. Kalinkovitsh, geboren in 1917, was doctor in de kunstgeschiedenis en docent aan het Moskous conservatorium.
Paul Bonneau, Caprice en forme de valse. Het saxofoonrepertoire is omvangrijk, maar kent helaas weinig topstukken. Bonneau’s Caprice is mij (en vele andere saxofonisten) altijd dierbaar geweest. Het is een overduidelijk eerbetoon aan de meester van de Caprices, Paganini, en als zodanig de eerste poging (gecomponeerd in 1950) een saxofoon in zijn eentje de suggestie te doen wekken van een heel orkest.
Nicolò Paganini, Duo Merveille. Een duo voor één speler: de violist dient zichzelf te begeleiden met linkerhandpizzicati. Op de saxofoon is het de kunst om tweestemmigheid te suggereren tussen de melodie en de begeleidende slap tongues.
Robert Schumann, Etude concertante sur une thème de Paganini. Een weinig gespeelde parel uit het piano-oeuvre: een echte Schumann, gebaseerd op een echte Paganini. Diens zesde Caprice, die de basis vormt van deze compositie, is een technisch hoogstandje: de melodie wordt gespeeld op één snaar terwijl de begeleiding in tremolo klinkt op een tweede snaar. Het is maar weinig violisten gegeven om de schoonheid van de harmonieën volledig tot zijn recht laten komen. Schumann houdt ze volledig intact en voegt er een geniale en eigenzinnige basmelodie aan toe.
Karol Szymanovski, Trois caprices de Paganini. Na mijn intensieve studie van de Caprices kwam de ontdekking van Szymanovski’s Trois caprices voor mij als een enorme verrassing: dat het mogelijk was om zo’n nieuwe wereld te scheppen rond Paganini’s muziek! Tijdens het arrangeren ontdekte ik hoe slim Szymanovski te werk was gegaan: door bepaalde noten te veranderen aan het origineel, en hier en daar de volgorde te veranderen, schiep hij ruimte om zijn bijwijlen impressionistische kleuren op te leggen aan de muziek.
Sam Coslow, Mr. Paganini. Ella Fitzgerald is voor mij altijd een voorbeeld van het onbelemmerd cantabilegeweest. Zij heeft dit lied talloze malen gezongen in verschillende versies. In het arrangement dat Hubert-Jan Hubeek voor mij maakte figureert ook een Charlie Parker-citaat. Ik speel dit stuk op een vintage Brilhart mondstuk, vergelijkbaar met dat waarop de Paganini van de jazz speelde.